winnaar 2015
jonge Maaskantprijs
Maarten Gielen
Ontwerperscollectief Rotor


exhibition ‘usus / usures’, Belgian Pavilion Venice Biennial 2010 PHOTO Eric Mairiaux
exhibition ‘usus / usures’, Belgian Pavilion Venice Biennial 2010 PHOTO Eric Mairiaux
exhibition ‘OMA-progress’, the Barbican London PHOTO Rotor
exhibition ‘OMA-progress’, the Barbican London PHOTO Rotor
Deconstruction PHOTO Rotor
Deconstruction PHOTO Rotor
exhibition ‘usus / usures’, Belgian Pavilion Venice Biennial 2010 PHOTO Eric Mairiaux


juryleden

Kirsten Hannema
Aart Oxenaar
Ronald Rietveld



  juryrapport2015.pdf

website
rotordb.org



“Met hun krachtige ontwerpinterventies laat Rotor zien dat het bestaande veel van waarde in zich draagt”

Het collectief Rotor, in 2005 opgericht door Maarten Gielen, Tristan Boniver en Lionel Devlieger, en dat vandaag negen leden telt, wordt gedreven door een gemeenschappelijke fascinatie voor materialenstromen. De groep houdt zich op praktisch niveau bezig met ontwerpprojecten, gebruik makend van afval uit de industrie en bouw. Daarnaast werkt Rotor aan theoretische studies, tentoonstellingen en publicaties, waarin zij de driehoeksverhouding tussen ontwerp, restmaterialen en grondstoffen onderzoeken.

Uit het juryrapport: ‘Met hun krachtige ontwerpinterventies laat Rotor zien dat het bestaande veel van waarde in zich draagt - een nieuw vertrekpunt zou kunnen zijn voor de architectuur, die zich sinds de opkomst van het modernisme voortdurend op het ‘nieuwe’ en het vernieuwen heeft gericht. Zij zijn niet de eerste die ons daarop wijzen. Maar de ontwerpers slagen er wel in om ons met een nieuwe blik te laten kijken naar bestaande voorwerpen, structuren en gebouwen. Werken met afvalmaterialen is voor Rotor meer dan recyclen of een hippe vintage look creëren. Het werk van Rotor heeft altijd een formeel-esthetische grondslag en bewerkstelligt een zintuiglijke ervaring. De tijdelijke installatie in de Grindbakken in Gent is hiervan een sprekend voorbeeld. Deze architectuur ‘as found’, zoals de Smithsons het noemden, laat ons de schoonheid zien van zaken die we normaal gesproken als lelijk of mislukt zouden bestempelen: industrie, graffiti, naden, verkleuringen, onkruid, verwering. Door deze zaken te isoleren, vervormen of uit hun context te halen – de architecten voelen feilloos aan waar de ‘schoonheidsvlekjes’ zitten - weet Rotor de poëzie in het alledaagse bloot te leggen en het publiek te verleiden.’